ECLI:NL:RBDHA:2023:14291

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 mei 2023
Publicatiedatum
22 september 2023
Zaaknummer
NL22.19385
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning familie en gezin

Verzoekster heeft een verblijfsvergunning aangevraagd voor het verblijfsdoel 'familie en gezin'. Dit verzoek is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 23 september 2022 afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

De staatssecretaris heeft bij brief van 4 mei 2023 laten weten zich niet te verzetten tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet geen beletselen om het verzoek toe te wijzen en verbiedt daarom de verwijdering van verzoekster uit Nederland totdat op het bezwaar is beslist, met een termijn van maximaal vier weken.

Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 837,-. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J.P. Bosman en griffier R.S. Ouertani en is in het openbaar bekendgemaakt op 19 mei 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verwijdering uit Nederland wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.19385

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Orhan),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 23 september 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor een verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel “familie en gezin” afgewezen.
Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij brief van 4 mei 2023 heeft verweerder de rechtbank bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening.

Overwegingen

1. Gelet op artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om deze toe te wijzen, zal worden beslist als hierna aangegeven.
3. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, wordt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten veroordeeld. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde van € 837,- en een wegingsfactor 1). Als aan verzoekster een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan verzoeksters gemachtigde.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
  • verbiedt verweerder verzoekster uit Nederland te verwijderen tot 4 weken nadat op het bezwaar is beslist;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 837,- te betalen door verweerder aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.S. Ouertani, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.