AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing asielaanvraag en intrekking terugkeerbesluit met proceskostenvergoeding
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, diende op 17 december 2022 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 9 mei 2023 af als kennelijk ongegrond en legde een terugkeerbesluit en inreisverbod op. Eiseres vreesde terugkeer naar Marokko vanwege bedreigingen door haar ex-echtgenoot, die in Spanje een gevangenisstraf uitzit.
De rechtbank behandelde het beroep op 28 juni 2023 en schorste het onderzoek om de staatssecretaris een aanvullend standpunt te laten innemen. Op 4 juli 2023 werd het terugkeerbesluit en inreisverbod ingetrokken en eiseres opgedragen zich naar Spanje te begeven, waar zij rechtmatig verblijf heeft.
De rechtbank oordeelde dat Marokko als veilig land van herkomst geldt en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen effectieve bescherming kan krijgen tegen haar ex-echtgenoot. Ook is geen schending van artikel 8 EVRMPro vastgesteld, ondanks dat haar partner niet kan terugkeren naar Marokko.
Het beroep is ongegrond verklaard, maar eiseres krijgt een proceskostenvergoeding van €1.674,- omdat het terugkeerbesluit en inreisverbod zijn ingetrokken na het instellen van het beroep. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 18 augustus 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod worden ingetrokken met toekenning van proceskostenvergoeding.
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. R.J. Portegies),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: W. Epema).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Eiseres stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1984. Zij heeft op 17 december 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 9 mei 2023 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook heeft de staatssecretaris eiseres een terugkeerbesluit ten aanzien van Marokko opgelegd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 28 juni 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en Z. Hamidi als tolk. Het beroep is gelijktijdig behandeld met de zaak van de partner van eiseres, [partner] ( [partner] ), geregistreerd onder het zaaknummer NL23.14095.
1.2.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om de staatssecretaris in de gelegenheid te stellen om een nader standpunt in te nemen. Op 4 juli 2023 heeft de staatssecretaris een aanvullend besluit genomen. Op 2 augustus 2023 heeft eiseres bericht dat zij geen reactie heeft op het aanvullende besluit.
1.3.
De rechtbank heeft het onderzoek heden, voor het doen van de uitspraak, gesloten. In de zaak van [partner] heeft de rechtbank afzonderlijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt de vraag of de staatssecretaris de asielaanvraag van eiseres kennelijk ongegrond heeft mogen verklaren. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij tijdens haar verblijf in Spanje problemen heeft ondervonden met haar ex-echtgenoot. Hij heeft eiseres bedreigd en mishandeld en zit hiervoor een gevangenisstraf uit in Spanje. Hij zal op termijn door Spanje worden uitgezet naar Marokko of met verlof mogen. Bij terugkeer naar Marokko vreest eiseres om door of in opdracht van haar ex-echtgenoot te worden vermoord.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de staatssecretaris de volgende relevante elementen:
identiteit, nationaliteit en herkomst;
problemen met ex-man in Spanje.
5. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat de relevante elementen geloofwaardig zijn, maar dat Marokko in het algemeen en in het specifieke geval van eiseres als een veilig land van herkomst is aan te merken.
Het oordeel van de rechtbank
6. In beroep persisteert eiseres bij haar standpunt dat het voor haar te gevaarlijk is om naar Marokko te gaan, omdat zij daar geconfronteerd zal worden met haar gewelddadige ex- echtgenoot. Volgens eiseres zijn de Marokkaanse autoriteiten niet in staat om haar effectieve bescherming te bieden tegen haar ex-echtgenoot. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris zich in het bestreden besluit niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres zich bij eventuele problemen met haar ex-echtgenoot in Marokko voor bescherming kan wenden tot de Marokkaanse autoriteiten. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat Marokko in haar geval geen veilig land van herkomst is.
7. Eiseres voert verder aan dat [partner] niet kan terugkeren naar Marokko. Zijzelf mag dan niet alléén worden teruggestuurd naar Marokko, omdat dit in strijd is met artikel 8 vanPro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
8. De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris in het aanvullende besluit van 4 juli 2023 het eerder aan eiseres opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod heeft ingetrokken. In plaats daarvan heeft de staatssecretaris eiseres opgedragen om zich onmiddellijk naar het grondgebied van Spanje te begeven. Daar heeft zij namelijk rechtmatig verblijf. Eiseres heeft meegedeeld dat zij geen inhoudelijke reactie wenst te geven op dit aanvullende besluit.
9. Bij uitspraak van heden in de zaak met nummer NL23.14095 heeft de rechtbank het beroep van [partner] tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag ongegrond verklaard. De terugkeerverplichting ten aanzien van Marokko die aan [partner] is opgelegd, blijft daarmee in stand. Het staat eiseres vrij om zich bij [partner] in Marokko te vervoegen. Aan deze mogelijkheid staat niet in de weg dat eiseres is aangezegd om zich naar Spanje te begeven. Van een schending van artikel 8 vanPro het EVRM is dan ook geen sprake.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is ongegrond.
11. Omdat de staatssecretaris het in het bestreden besluit opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod heeft ingetrokken nadat eiseres beroep heeft ingesteld, krijgt eiseres wel een vergoeding van haar proceskosten. De staatssecretaris moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.674,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 1.674,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
18 augustus 2023
Documentcode: [documentcode]
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.