ECLI:NL:RBDHA:2023:14344
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke procedure over een asielaanvraag. Verzoeker had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen met het argument dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg daarnaast om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter besloot zonder zitting uitspraak te doen op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in het hoofdberoep (zaaknummer NL23.22260), was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en oordeelde dat er geen aanleiding was tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in het hoofdberoep.