ECLI:NL:RBDHA:2023:14376
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurcontract campuswoning: opzegging wegens niet-studeren onaanvaardbaar
De huurder, die sinds 2016 een zelfstandige studio in een studentencomplex van SVU huurt op basis van een campuscontract, werd in 2022 geconfronteerd met een opzegging van de huur omdat hij geen student meer was. SVU vroeg een bewijs van inschrijving, waarop de huurder aangaf niet te studeren. Na een beëindigingsovereenkomst die niet werd ondertekend, startte SVU een procedure om de huurovereenkomst te beëindigen per 7 juni 2023.
De kantonrechter stelde vast dat er geen geldige afspraak was over het beëindigen van de huurovereenkomst op 7 juni 2023, omdat de beëindigingsovereenkomst niet was getekend en partijen verschillende verlengingsperiodes noemden. Vervolgens oordeelde de rechter dat hoewel de wet opzegging toestaat bij niet-studeren, het niet vereist is dat verhuurder bij het sluiten controleert of de huurder daadwerkelijk student is.
Echter, gezien de leeftijd van de huurder (50 jaar) en zijn financiële situatie, moest SVU weten of vermoeden dat hij niet studeerde en ook niet van plan was te studeren. Het was daarom onaanvaardbaar en strijdig met de redelijkheid en billijkheid om hem toch een campuscontract aan te bieden en later op die grond op te zeggen. De opzegging werd daarom nietig verklaard en de huurder mag blijven wonen. SVU werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de huurder.
Uitkomst: De opzegging van de huurovereenkomst wegens niet-studeren is onaanvaardbaar en niet geldig; de huurder mag blijven wonen.