ECLI:NL:RBDHA:2023:14383

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 september 2023
Publicatiedatum
25 september 2023
Zaaknummer
22_8592
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:46 AwbArt. 4:95 AwbSubsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006Besluit tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor het Private Sector Investeringsprogramma
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen vaststelling en terugvordering subsidie Private Sector Investeringsprogramma

Quimipharma heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking om de subsidie voor het PSI-project in Guatemala vast te stellen op €15.000,- en voorschotten van €578.995,- terug te vorderen. De subsidie was verleend in 2014 met voorwaarden zoals het behalen van alle deelresultaten, tijdige rapportage en het verkrijgen van een marktconformiteitscertificaat (RMCC).

De rechtbank constateert dat Quimipharma niet heeft voldaan aan de voorwaarden, waaronder het niet tijdig aanleveren van de RMCC en het niet behalen van alle deelresultaten. Het overlijden van de projectmanager in 2019 en het verbreken van het contact met de tussenpersoon kunnen niet als overmacht worden aangemerkt. Ook de coronapandemie vanaf 2020 is niet relevant voor de periode waarin de tekortkomingen zijn ontstaan.

Verweerder heeft meerdere malen uitstel verleend en gewezen op de verplichtingen, maar Quimipharma heeft onvoldoende onderbouwd dat de vastgestelde subsidie onevenredig is. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de subsidie heeft vastgesteld op basis van het behaalde deelresultaat en dat terugvordering van voorschotten gerechtvaardigd is.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en Quimipharma krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 29 september 2023.

Uitkomst: Het beroep van Quimipharma wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt vastgesteld op €15.000 met terugvordering van €578.995.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/8592

uitspraak van de meervoudige kamer van 29 september 2023 in de zaak tussen

de rechtspersoon naar buitenlands recht Quimipharma E.U.,

gevestigd in Cali (Colombia), eiseres
(gemachtigde: C.R. Garvin Pinto),
en

de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, verweerder

(gemachtigde: mr. A.F. Ordogh).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder om de aangevraagde subsidie vast te stellen op €15.000,- en waarbij een bedrag van €578.995,- aan verstrekte voorschotten van eiseres wordt terug gevorderd.
1.1
Verweerder heeft dit bij besluit van 19 augustus 2019 besloten. Met het bestreden besluit van 17 november 2022 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij zijn besluit gebleven.
1.2
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3
De rechtbank heeft het beroep op 29 augustus 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van eiseres C.R. Gavin Pinto en S.M. Garvin Pinto en de gemachtigde van verweerder. Ook is B. Mendoza Samora verschenen als tolk Spaans en is de assistent van de gemachtigde van eiseres verschenen, [naam 1] .
1.4
Op de zitting is met partijen overeengekomen dat verweerder na sluiting van het onderzoek zou laten weten of op de zitting door eiseres gegeven informatie tot een nader besluit aanleiding kon geven. Verweerder heeft in een reactie van 4 september 2023 meegedeeld dat die aanleiding er niet was. Voor de rechtbank was er daarom geen aanleiding het onderzoek te heropenen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres heeft in 2014 een aanvraag op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 en het Besluit tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor het Private Sector Investeringsprogramma (besluit PSI) ingediend. De subsidie is gevraagd voor het project “Piloting the production of collagen and gelatine in Guatemala”. Bij besluit van 8 augustus 2014 heeft verweerder aan eiseres een PSI-subsidie van €848.565,- verleend. Aan deze subsidieverlening zijn door verweerder voorwaarden gesteld zoals de voorwaarden dat de resultaten van het project pas zijn behaald als alle deelresultaten zijn behaald, dat periodiek wordt gerapporteerd over de gerealiseerde activiteiten en kosten en dat vertragingen of het niet kunnen voldoen aan de verplichtingen tijdig worden gemeld. Ook geldt de voorwaarde dat voor de aangeschafte hardware een marktconformiteitscertificaat (hierna: RMCC) van certificeringsbedrijf SGS wordt aangevraagd en verkregen. Het project diende tussen 1 september 2014 en 28 februari 2017 geïmplementeerd te zijn.
Verweerder heeft de subsidie vastgesteld op €15.000,- omdat eiseres niet had voldaan aan alle bij de subsidieverlening gestelde voorwaarden en de verstrekte voorschotten tot een bedrag van €578.995,- van eiseres terug gevorderd.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Er bestaan bijzondere omstandigheden die maken dat het niet nakomen van de verplichtingen die hoorden bij de subsidieverlening haar niet toe te rekenen is.
De directeur en manager van het project, de heer [naam 2] (hierna: de manager), is in 2019 plotseling overleden bij een auto-ongeluk. Ook verbrak de tussenpersoon van eiseres met verweerder, [naam 3] van adviesbureau Blue Indigo, onverwacht het contact met eiseres. Hierdoor raakte eiseres het overzicht kwijt. De door verweerder gevraagde hardwarelijst die nodig was voor het RMCC heeft eiseres al in 2019 aan dit adviesbureau verstrekt om te delen met verweerder.
Verder heeft na het uitbreken van de coronapandemie in maart 2020 het project noodgedwongen een tijd stil gelegen. Bij het hervatten van de werkzaamheden bleken de prijzen van goederen die eiseres nodig heeft voor de realisatie van het project over de hele wereld aanzienlijk gestegen.
In 2021 heeft eiseres nog een rapport over de voorgang van het project aangeleverd. Daaruit blijkt dat de gemaakte veranderingen gerechtvaardigd waren aangezien de aanvankelijke wijze van produceren achterhaald was. De kosten van het project stegen daardoor wel aanzienlijk. Aanvankelijk wekte verweerder de suggestie dat eiseres daartoe middelen moest zien te verkrijgen via internationaal bankieren. Uiteindelijk heeft verweerder daar geen toestemming voor gegeven.
Het project is ondanks alle tegenslagen al voor 78% gerealiseerd en heeft nu al voordelen voor de omliggende gemeenschap. Eiseres vraagt om de subsidie vast te stellen op het verleende bedrag dan wel af te zien van terugvordering van de voorschotten. De lokale gemeenschap profiteert immers van het resultaat van het project. Indien het bedrag toch terug gevorderd wordt zal faillissement van de fabriek volgen.
Relevante regelgeving
4. Op grond van artikel 4:46, eerste lid, van de Awb [1] stelt het bestuursorgaan, indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast.
Op grond van het tweede lid kan de subsidie lager worden vastgesteld indien:
De activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
De subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
(…).
Op grond van artikel 4:95, vierde lid, van de Awb worden betaalde voorschotten verrekend met de te betalen geldsom. Onverschuldigd betaalde voorschotten kunnen worden teruggevorderd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Het doel van het PSI is het stimuleren van duurzame economische ontwikkeling door significant vernieuwende investeringen in de private sector in ontwikkelingslanden te stimuleren. Hiermee wordt beoogd een relevante en positieve bijdrage te leveren aan zelfredzaamheid en armoedevermindering door het creëren van economische bedrijvigheid, werkgelegenheid en inkomensverbetering. Een PSI-project is een investeringsproject dat wordt uitgevoerd door een Nederlandse of buitenlandse onderneming in samenwerking met een lokale onderneming in één van de ontwikkelingslanden waarvoor het PSI is opengesteld. PSI subsidieert het project zowel qua hardware (denk aan machines) als technische assistentie (denk aan training en projectmanagement). [2] Projecten die vanuit dit programma worden gesubsidieerd, zoals dat van eiseres, moeten het PSI-doel behalen.
6. De rechtbank stelt vast dat eiseres niet betwist dat zij niet aan de door verweerder genoemde voorwaarden heeft voldaan. De niet nader onderbouwd ingenomen stelling dat er wel degelijk op tijd een RMCC aan tussenpersoon Gielens is geleverd, is pas op de zitting ingenomen en is in het gehele dossier niet met stukken onderbouwd. Dat had wel op de weg van eiseres gelegen. Verweerder was dan ook bevoegd om de subsidie op een lager dan het verleende bedrag vast te stellen en het overige deel terug te vorderen. Volgens eiseres kon verweerder in redelijkheid geen gebruik heeft kunnen maken van deze bevoegdheid omdat er sprake was van overmacht.
Overmacht
7. De rechtbank overweegt dat het aan de aanvrager van subsidie is om tijdig en volledig de stukken aan te leveren die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de subsidie. In het besluit tot subsidieverlening is vermeld welke stukken daarvoor moeten worden aangeleverd en op welke datum. Verweerder heeft meerdere keren bij eiseres gerappelleerd om de gevraagde stukken in te dienen en heeft de data voor inlevering daarvan ook meerdere keren uitgesteld. Dit vond ook al plaats voor het overlijden van de manager. Het overlijden van de manager kan daarom niet, of niet alleen de reden zijn geweest voor alle keren dat eiseres niet de gevraagde informatie verstrekte. Omdat verweerder de gevraagde informatie niet kreeg, kon verweerder niet vast te stellen of deelresultaten waren behaald dan wel hoe ver eiseres daarmee was gekomen.
Het feit dat in maart 2020 de coronapandemie uitbrak kan geen reden zijn voor het niet nakomen van de verplichtingen door eiseres in de eerdere jaren 2014-2019. Dat eiseres na het besluit van 19 september 2019 nog altijd probeerde om het project af te ronden kan niet in deze beroepszaak betrokken worden. In deze zaak ligt immers alleen de vraag voor of verweerder toen tot dat besluit heeft kunnen komen.
Tot slot brengt ook de gestelde breuk tussen eiser en de tussenpersoon niet mee dat het eiseres niet kan worden toegerekend dat zij niet aan haar verplichtingen voldaan heeft. Het inhuren van een adviesbureau komt en blijft voor rekening en risico van eiseres.
Gelet op al deze omstandigheden slaagt een beroep op overmacht niet.
Evenredigheid
8. Vaststaat dat eiseres alleen deelresultaat 1 heeft behaald. Verweerder heeft hier dan ook bij de vaststelling van de subsidie van uit mogen gaan. In het besluit tot subsidieverlening is duidelijk opgenomen dat het resultaat alleen bereikt is als alle deelresultaten zijn bereikt, en dat als een deelresultaat niet of gedeeltelijk is bereikt de subsidie voor dat deel op nihil kan worden vastgesteld. Ook is opgenomen dat betaalde voorschotten kunnen worden teruggevorderd. Verweerder heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt en naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat gelet op wat eiseres daartegenover heeft gesteld dit niet onevenredig is.
8.1
Verweerder is tijdens het project regelmatig coulant geweest. Zo heeft verweerder eiseres meermaals uitstel van de termijnen verleend. Het project had volgens de afspraken immers in 2017 afgerond moeten zijn. Ook heeft verweerder eiseres er meerdere keren op gewezen dat zij een RMCC diende aan te vragen en dat het PSI-project op 31 december 2020 definitief wordt beëindigd. Desondanks heeft eiseres deze gegevens, zoals hiervoor al is overwogen, toerekenbaar niet (tijdig) aan verweerder verstrekt.
8.2
De stelling van eiseres dat de vastgestelde subsidie in geen verhouding staat met de door haarzelf gedane investeringen in het project en de mate waarin de andere deelresultaten wel zijn behaald, maakt niet dat verweerder een hogere subsidie had moeten vaststellen. Door het ontbreken van het eindrapport was dit immers voor verweerder niet vast te stellen, zodat verweerder in het kader van de evenredigheid daar geen rekening mee kon houden. Hetzelfde geldt voor de stelling dat het project nog steeds succesvol kan worden afgerond. Eiseres heeft ook niet nader onderbouwd wat de financiële gevolgen zijn van het bestreden besluit. Tot slot weegt de rechtbank bij de vraag of het besluit evenredig is mee dat verweerder een betalingsregeling heeft aangeboden voor het terugbetalen van de voorschotten, die door eiseres is geaccepteerd.
8.3
Gelet op voorgaande heeft verweerder het belang bij een juiste besteding van subsidiegelden zwaarder mogen laten wegen dan de nadelige gevolgen van de lagere subsidievaststelling voor eiseres.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzitter, en mr. M.D. Gunster en mr. J.S. van Duurling, leden, in aanwezigheid van mr. A. Badermann, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 september 2023.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht
2.Besluit van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 6 december 2013, nr. DDE-692/2013, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor het Private Sector Investeringsprogramma (Stcrt. 2014, nr. 136), p. 3.