Eiseres heeft op 18 augustus 2023 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing heeft zij de staatssecretaris op 9 maart 2023 in gebreke gesteld en vervolgens op 25 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris de beslistermijn van zes maanden heeft overschreden en dat het beroep daarom kennelijk gegrond is. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie waarin is geoordeeld dat bij overschrijding van de beslistermijn bij aanvragen gezinshereniging sprake is van een bijzonder geval.
De staatssecretaris heeft aangegeven het dossier mogelijk nog niet compleet te hebben en een herstelverzuim te willen bieden. De rechtbank bepaalt een termijn van acht weken waarbinnen alsnog een besluit moet worden genomen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, en stelt de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en openbaar gemaakt op 25 september 2023.