Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf als gezinslid in het kader van nareis. De staatssecretaris heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks ingebrekestelling door eiseres.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn op 27 februari 2023 is verstreken en dat de staatssecretaris sindsdien in gebreke is gebleven. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is daarom gegrond verklaard.
De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie over overschrijding van beslistermijnen bij gezinsherenigingsaanvragen en legt de staatssecretaris een termijn van acht weken op om alsnog te beslissen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500,- opgelegd.
De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442,-. Daarnaast moet de staatssecretaris het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en openbaar gemaakt op 25 september 2023.