Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Indiase staatsburger, vroeg asiel aan in Nederland met het argument dat hij vanwege de politieke activiteiten van zijn vader en daaropvolgende bedreigingen en mishandeling in India gevaar liep. Hij stelde ook dat er een valse aangifte van drugshandel tegen hem was gedaan, waardoor hij door de politie werd gezocht.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en achtte de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig, evenals de politieke positie van zijn vader. Echter, de gestelde persoonlijke problemen van eiser werden niet geloofd. India werd als veilig land van herkomst beschouwd en eiser kon niet aannemelijk maken dat hij persoonlijk gevaar liep.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond dat eiser onvoldoende concrete en onderbouwde verklaringen had gegeven over de periode tussen de verkiezingsoverwinning van zijn vader en het incident. Ook ontbraken overtuigende bewijsstukken voor de mishandeling en de vermeende valse beschuldiging. Het feit dat eiser in Oekraïne had kunnen studeren en zich daar veilig voelde, ondermijnde de geloofwaardigheid verder.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Eiser werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.