ECLI:NL:RBDHA:2023:14533
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter onbevoegd bij verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang asielzoekster
Verzoekster, een asielzoekster van Tanzaniaanse nationaliteit, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen de aanzegging van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) dat haar opvang per 27 september 2023 zou worden beëindigd.
Het COa baseerde de beëindiging op het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de aanvraag van verzoekster voor een verblijfsvergunning asiel af te wijzen, zoals bevestigd door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 25 augustus 2023. De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanzegging van het COa geen zelfstandig besluit vormt in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en ook geen rechtens relevante handeling in de zin van de Wet COa.
Daarom is de voorzieningenrechter niet bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. Verzoekster krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de opvang.