ECLI:NL:RBDHA:2023:14544
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan inburgeringsvereiste
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht samen met haar dochter om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging bij haar echtgenoot, de referent. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan het inburgeringsvereiste en geen ontheffing kon worden verleend op grond van bijzondere individuele omstandigheden.
Eiseres voerde medische en cognitieve beperkingen aan, ondersteund door een medisch onderzoek door een aangewezen arts en een psychiater. De rechtbank oordeelde dat het advies van de arts zorgvuldig was en dat eiseres geen concrete aanwijzingen had geleverd die twijfel aan de inhoud of zorgvuldigheid van het advies rechtvaardigden. Tevens was eiseres onvoldoende in staat en bereid gebleken om zich passend voor te bereiden op het inburgeringsexamen.
De rechtbank stelde vast dat de weigering van de mvv niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, mede omdat het belang van de Nederlandse overheid bij integratie en het naleven van de voorwaarden zwaarder woog dan het belang van eiseres. Ook was er geen objectieve belemmering om het gezinsleven buiten Nederland uit te oefenen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan het inburgeringsvereiste.