ECLI:NL:RBDHA:2023:14550
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag verblijfsvergunning
Eiser diende op 13 februari 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, had uiterlijk op 15 mei 2023 moeten beslissen, maar liet dit na. Eiser stelde verweerder op 19 juni 2023 in gebreke en diende op 4 juli 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en draagt hem op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog te beslissen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500.
De rechtbank stelt de reeds opgelopen dwangsom vast op €1.442 en veroordeelt verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiser. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard zonder dat een zitting nodig is.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming en de gevolgen van het niet naleven daarvan door bestuursorganen, conform de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.