Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
Den Haag. Samen zijn zij vanaf daar naar [locatie 2] gelopen. [slachtoffer] heeft de verdachte toen € 300,- gegeven voor de iPhone. Nadat [slachtoffer] het geld overhandigd had, bleek hem dat er geen iPhone in het doosje zat. Vervolgens is er een conflict ontstaan tussen de verdachte en [slachtoffer] over het ontbreken van de iPhone en heeft de verdachte daarbij [slachtoffer] met een mes in zijn linkerborststreek gestoken. De verdachte heeft [slachtoffer] met zijn rechterhand gestoken met een mes waarvan het lemmet ongeveer 27 centimeter lang was. De verbalisant trof [slachtoffer] ter plaatse aan met een T-shirt onder dat onder bloed zat. Hij constateerde verder dat [slachtoffer] een steekwond in zijn linkerzij ter hoogte van de ribbenkast en longen had. Om die reden heeft de verbalisant ter hoogte van de longen een zogenoemde ‘chest seal’ op het lichaam van [slachtoffer] geplakt. In het ziekenhuis is vastgesteld dat [slachtoffer] een steekverwonding in zijn linkerborstkas had.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straf
7.De vordering van de benadeelde partij
,wettelijk vertegenwoordigd door [naam 3] en bijgestaan door
mr. C.P. Zwaanswijk, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij vordert vergoeding van schade van een bedrag van € 2.865,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering ziet op € 210,- aan materiële schade en € 2.865,- aan immateriële schade. Tijdens de terechtzitting is aanvullend nog een bedrag van € 300,- materiële schade gevorderd. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
€ 300,- en 70,- en € 35,- en 1.500,00te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 26 november 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening, te betalen aan [slachtoffer] .
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
60 (ZESTIG) DAGEN;
44 (VIERENVEERTIG) DAGEN, niet ten uitvoer gelegd zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens het niet nakomen van na te melden voorwaarden;
2 (TWEE) jaaronder de voorwaarden dat de verdachte:
werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van
80 (TACHTIG) UREN;
40 (VEERTIG) DAGEN;
[slachtoffer] , van een bedrag van € 1.905,-, bestaande uit € 405,- materiële schade en € 1.500,- immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;