Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiseres,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft op 31 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag was op 30 juni 2022 ingediend en verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 uiterlijk binnen 90 dagen moeten beslissen, met een verlenging van drie maanden. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Eiseres stelde verweerder op 9 maart 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende meer dan twee weken daarna het beroep in. De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gelet op de bijzondere omstandigheden bij gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder alsnog moet beslissen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. Verweerder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50. Het verzoek tot griffierechtvrijstelling wordt definitief toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.