ECLI:NL:RBDHA:2023:14598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van vervolging en reëel risico in Moldavië
De eiser diende op 6 november 2022 een asielaanvraag in Nederland in, stellende dat hij vanwege zijn Roma-etniciteit in Moldavië wordt gediscrimineerd en vreest voor de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, waaronder mogelijke militaire dienstplicht. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de situatie in Moldavië niet ernstig genoeg is om te spreken van vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, mede omdat eiser toegang had tot medische zorg, onderwijs, werk en identificatiedocumenten.
De rechtbank oordeelde dat de discriminatie niet zo ernstig is dat deze de maatschappelijke en sociale functioneren van eiser onmogelijk maakt. Daarnaast werd de vrees voor militaire dienstplicht en oorlog als onvoldoende aannemelijk beoordeeld, omdat deze gebaseerd was op vermoedens en speculaties zonder concrete aanwijzingen.
De rechtbank concludeerde dat de asielaanvraag terecht ongegrond is verklaard en wees het beroep af. De eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier S.C. Spruijt op 22 september 2023 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.