ECLI:NL:RBDHA:2023:14655

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 september 2023
Publicatiedatum
29 september 2023
Zaaknummer
AWB 23/6272
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen inhoudingsmaatregel COA

Verzoeker, een persoon uit Gambia, heeft beroep ingesteld tegen een beschikking van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) waarin een inhoudingsmaatregel van € 12,95 per week werd opgelegd. Verweerder heeft de beschikking ingetrokken en toegezegd de ingehouden bedragen terug te betalen, alsmede bereidheid getoond om proceskosten te vergoeden.

Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van verweerder in de proceskosten. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting uitspraak gedaan. Gezien de tegemoetkoming en het niet verzet van verweerder tegen een proceskostenveroordeling van één punt, acht de rechtbank het verzoek kennelijk gegrond.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan verzoeker, gebaseerd op één punt met een waarde van € 837,- en een wegingsfactor van 1. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en griffier M.J. Tijnagel, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 837,- aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/6272

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , uit Gambia, verzoeker,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. T.M. van der Wal),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder

(gemachtigde: A. van Beurden).

Procesverloop

Verzoeker heeft een beroepschrift ingediend tegen de beschikking van 13 mei 2023 van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) tot het opleggen van de maatregel tot inhouding van € 12,95 per week gedurende twee weken ingaande op 13 mei 2023 (de beschikking).
Verweerder heeft schriftelijk medegedeeld de beschikking in te trekken alsook een terugbetaling van de ingehouden bedragen door te voeren. Verweerder is bereid proceskosten ter hoogte van één punt te vergoeden.
Verzoeker heeft vervolgens het beroep ingetrokken met een verzoek om veroordeling van verweerder in de proceskosten.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting op het verzoek om proceskostenvergoeding.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop stelt de rechtbank vast dat verweerder aan het beroep van verzoeker tegemoet is gekomen. De rechtbank stelt verder vast dat verweerder zich niet verzet tegen een proceskostenveroordeling ter hoogte van één punt.
4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank zal daarom verweerder veroordelen in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.