ECLI:NL:RBDHA:2023:14666
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake niet tijdig beslissen op inzageverzoek strafvorderlijke gegevens
Verzoeker diende op 30 april 2022 een verzoek in bij het college van procureurs-generaal tot inzage, wijziging en/of verwijdering van strafvorderlijke gegevens. Na uitblijven van een besluit, stelde verzoeker een beroep in tegen het niet tijdig beslissen en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het instellen van een voorlopige voorziening niet het juiste middel is om een bestuursorgaan te bewegen tot besluitvorming, aangezien hiervoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen bestaat. Verzoeker stelde geen spoedeisend belang vast dat het beroep niet kan worden afgewacht.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak werd gedaan zonder zitting op 6 juni 2023.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wegens niet tijdig beslissen op inzageverzoek wordt afgewezen vanwege ontbreken van spoedeisend belang.