ECLI:NL:RBDHA:2023:14668

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 september 2023
Publicatiedatum
29 september 2023
Zaaknummer
NL23.14741
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:81 lid 5 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stellen uitstel vertrek

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze aanvraag is door de staatssecretaris met een besluit van 16 mei 2023 buiten behandeling gesteld. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 22 juni 2023 ongegrond verklaard door de staatssecretaris.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de rechtbank. Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het buiten behandeling stellen te schorsen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 15 september 2023, waarbij verzoekster en haar gemachtigde niet verschenen waren.

De voorzieningenrechter stelde vast dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend. De uitspraak is onherroepelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag om uitstel van vertrek is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.14741

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. D.L. Boer).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen het buiten behandeling stellen van haar aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
1.1.
De staatssecretaris heeft deze aanvraag met het besluit van 16 mei 2023 buiten behandeling gesteld. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Met het bestreden besluit van 22 juni 2023 heeft de staatssecretaris het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt het verzoek om een voorlopige voorziening als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 15 september 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de staatssecretaris. Verzoekster en haar gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.20972, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.