ECLI:NL:RBDHA:2023:1467

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 februari 2023
Publicatiedatum
10 februari 2023
Zaaknummer
AWB 22/2019
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 TerugkeerrichtlijnArt. 62 Vreemdelingenwet 2000Art. 64 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling terugkeerbesluit en toepassing Terugkeerrichtlijn bij verzoek uitstel vertrek

Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarbij hem werd opgedragen de EU binnen 28 dagen te verlaten. Eiser voerde aan dat hij vanwege schizofrenie eerder een verblijfsvergunning op medische gronden had en dat de staatssecretaris ten onrechte geen ambtshalve toetsing aan artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 had verricht.

De rechtbank overwoog dat eiser tijdens het voornemen tot oplegging van het terugkeerbesluit een hoorzitting had gehad waarin hij zijn zienswijze kon geven. De belangenafweging door de staatssecretaris was afdoende en voldeed aan artikel 5 van Pro de Terugkeerrichtlijn. Daarnaast stelde de rechtbank dat bij het opleggen van het terugkeerbesluit geen ambtshalve toetsing aan artikel 64 Vw Pro plaatsvindt; een verzoek tot uitstel van vertrek had door eiser zelf ingediend moeten worden.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees tevens een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

REHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/2019

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2023 in de zaak tussen

[naam] , eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).

Procesverloop

Bij besluit van 10 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder een terugkeerbesluit aan eiser opgelegd waarbij hem is opgedragen de EU [1] binnen een termijn van 28 dagen te verlaten.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit op 31 maart 2022 beroep ingesteld. De gronden zijn op 3 mei 2022 ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 november 2022. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Algerijnse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] .
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eiser op grond van artikel 62 van Pro de Vw [2] een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen opgelegd.
3. Tussen partijen is in geschil de vraag of verweerder terecht een terugkeerbesluit aan eiser heeft opgelegd.
4. Eiser stelt dat verweerder ten onrechte een terugkeerbesluit aan hem heeft opgelegd, omdat hij aan schizofrenie lijdt en eerder in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning op medische gronden vanwege deze klachten. Eiser heeft in dit verband verwezen naar artikel 5 van Pro de Terugkeerrichtlijn. Eiser was bezig een aanvraag voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw in te dienen, maar is in bewaring gesteld voordat hij dit verzoek kon indienen. Volgens eiser heeft verweerder naar aanleiding van het gehoor voorafgaand aan het opleggen van het terugkeerbesluit ten onrechte niet ambtshalve getoetst of eiser in aanmerking komt voor uitstel van vertrek.
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden een terugkeerbesluit aan eiser heeft opgelegd. Eiser is tijdens een daartoe strekkend gehoor in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze te geven op het voornemen aan hem een terugkeerbesluit op te leggen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aan de hand van hetgeen eiser in het gehoor heeft aangedragen een afdoende belangenafweging kunnen maken, zodat aan het gestelde in artikel 5 van Pro de Terugkeerrichtlijn is voldaan.
6. Voor zover eiser zich beroept op artikel 64 van Pro de Vw, overweegt de rechtbank dat in het kader van het opleggen van een terugkeerbesluit geen ambtshalve toetsing aan artikel 64 van Pro de Vw 2000 plaatsvindt. Indien eiser getoetst had willen zien of hij in aanmerking komt voor uitstel van vertrek, dan had hij een daartoe strekkende aanvraag kunnen indienen.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
de griffier is verhinderd deze rechter
uitspraak te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Voetnoten

1.Europese Unie
2.Vreemdelingenwet 2000