ECLI:NL:RBDHA:2023:1467
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en toepassing Terugkeerrichtlijn bij verzoek uitstel vertrek
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarbij hem werd opgedragen de EU binnen 28 dagen te verlaten. Eiser voerde aan dat hij vanwege schizofrenie eerder een verblijfsvergunning op medische gronden had en dat de staatssecretaris ten onrechte geen ambtshalve toetsing aan artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 had verricht.
De rechtbank overwoog dat eiser tijdens het voornemen tot oplegging van het terugkeerbesluit een hoorzitting had gehad waarin hij zijn zienswijze kon geven. De belangenafweging door de staatssecretaris was afdoende en voldeed aan artikel 5 van Pro de Terugkeerrichtlijn. Daarnaast stelde de rechtbank dat bij het opleggen van het terugkeerbesluit geen ambtshalve toetsing aan artikel 64 Vw Pro plaatsvindt; een verzoek tot uitstel van vertrek had door eiser zelf ingediend moeten worden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees tevens een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.