ECLI:NL:RBDHA:2023:14681
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.I.H. Kerstens - Fockens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Kroatië
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 4 december 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling, omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk werd geacht, aangezien eiser op 23 november 2022 al een asielaanvraag in Kroatië had gedaan volgens Eurodac.
Eiser voerde aan dat hij geen intentie had om asiel in Kroatië aan te vragen en dat Kroatië haar unierechtelijke verplichtingen niet nakwam, zoals het ontbreken van toegang tot medische zorg en rechtsbijstand. Tevens verwees hij naar eerdere jurisprudentie waarin werd geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Kroatië niet langer geldt. Daarnaast deed eiser een beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder familiebanden en een prille relatie in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de intentie van eiser niet bepalend is voor de verantwoordelijke lidstaat en dat verweerder terecht geen bijzondere omstandigheden zag om de aanvraag onverplicht in behandeling te nemen. De rechtbank bevestigde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt voor Kroatië en vernietigde het bestreden besluit. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak.