ECLI:NL:RBDHA:2023:14687
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid tot voorwaardelijke aanwijzing opleiding Humanistiek als om- of bijscholingsopleiding
Eiseres, werkzaam bij Defensie, volgde een masteropleiding Humanistiek met het oog op een functie als humanistisch geestelijk verzorger (HGV’er). Na selectie voor deze functie werd zij voor de keuze gesteld om de opleiding te stoppen of binnen een jaar af te ronden. Zij koos voor afronding en verzocht verweerder om de opleiding met terugwerkende kracht als om- of bijscholingsopleiding aan te merken.
Verweerder wees dit verzoek aanvankelijk af, maar herzag het besluit na bezwaar en stelde een voorwaarde dat eiseres daadwerkelijk als HGV’er zou worden aangesteld. Eiseres maakte bezwaar tegen deze voorwaarde en startte beroep bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat artikel 19 van Pro het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (BARD) beoordelingsvrijheid aan verweerder geeft en dat het begrip 'toekomstige functie' concreet zicht vereist. Ten tijde van het opstellen van het Persoonlijk Ontwikkelplan (POP) had eiseres nog geen concreet zicht op de functie, waardoor verweerder niet verplicht was de opleiding als om- of bijscholingsopleiding aan te merken.
De rechtbank vond het niet onredelijk dat verweerder achteraf een voorwaarde stelde aan de kwalificatie van de opleiding en wees het beroep af. Verweerder hoeft de proceskosten niet te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard; verweerder mocht de opleiding onder voorwaarde aanmerken als om- of bijscholingsopleiding.