Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
de Kroon, vertegenwoordigd door de staatssecretaris van Defensie, verweerder
Inleiding
Beoordeling
- De reis naar Normandië stond aanvankelijk gepland van 4 tot en met 10 juni 2019, echter is de kapel door een conflict tussen twee leden op 7 juni 2019 weer naar Nederland teruggereisd. Eiser had - zonder de vereiste tussenkomst van het Reisbureau voor Defensie (hierna: het RBD) - op eigen initiatief 52 hotelkamers gereserveerd voor 6 nachten, terwijl uiteindelijk maar 3 nachten van 47 hotelkamers gebruik is gemaakt. Omdat eiser met het hotel geen afspraken had gemaakt over annulering is er ondanks het gebruik van minder kamers en het vervroegde vertrek uiteindelijk geen geld gerestitueerd;
- Eiser heeft bij de indiening van de definitieve reisdeclaraties, zowel individueel als groepsverband, de periode niet aangepast op het vervroegde vertrek. Hierdoor is een te hoog bedrag aan vergoedingen uitgekeerd;
- Eiser heeft een declaratie ingediend voor Zaterdag- Zondag en Feestdaguren (hierna: ZZF-uren), terwijl hij hier door het vervroegde vertrek geen recht op had;
- Voor de betaling van het hotel in Normandië had eiser € 4.500 geleend uit de zogeheten CD-pot, waarin zich geld bevindt afkomstig uit de verkoop van CD’s en merchandising. Ondanks herhaaldelijke verzoeken heeft eiser de CD-pot pas na hiertoe te zijn gesommeerd in maart 2021 weer aangevuld;
- Onder de verantwoordelijkheid van eiser is een soliste ingehuurd om optredens te verzorgen in januari 2021, maar door verschillende omstandigheden hebben deze vooralsnog niet plaatsgevonden. Eiser heeft bij de totstandkoming van de overeenkomst geen afspraken gemaakt over de nakoming en de eventuele annulering van de optredens, terwijl er wel een factuur van € 16.500 is betaald;
- Eiser heeft op 6 november 2020 een aanvraag gedaan voor de uitruil aanvullende kilometervergoeding, die wordt uitgekeerd wanneer de militair voldoet aan de voorwaarde van een minimaal aantal reisdagen woon-werkverkeer in een betreffende periode. Om aan dit minimale aantal reisdagen te komen, heeft eiser ook niet-gedeclareerde dienstreizen in de berekening meegenomen. Verweerder heeft hiervan overigens in een later stadium aangifte gedaan tegen eiser, waarna de officier van justitie op 22 december 2021 eiser hiervoor een voorwaardelijk sepot heeft opgelegd.