ECLI:NL:RBDHA:2023:14697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing studiefinanciering wegens ontbreken reële en daadwerkelijke arbeid tijdens stage
Eiser, een EU-burger met de Griekse nationaliteit, volgde een MSc-opleiding Biology aan de Universiteit Leiden en liep van februari tot augustus 2022 stage bij een bedrijf. Hij vroeg studiefinanciering aan voor februari tot en met april 2022, welke werd afgewezen omdat hij niet voldeed aan de nationaliteitseis en zijn stage niet als arbeidsovereenkomst werd gezien.
De rechtbank beoordeelde dat de stageovereenkomst primair gericht was op het leerdoel, zonder arbeidscontractuele kenmerken zoals opzegtermijn, secundaire arbeidsvoorwaarden of loonbetaling conform minimumloon. Eiser bracht geen feiten aan die aantonen dat hij reële en daadwerkelijke arbeid heeft verricht. De stelling dat hij moest solliciteren deed hieraan niet af.
De beleidsregel migrerend werknemerschap is niet van toepassing op stageovereenkomsten, waardoor eiser niet als migrerend werknemer kan worden aangemerkt. Hoewel het primaire besluit onvoldoende gemotiveerd was, werd het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen de afwijzing van studiefinanciering over februari-april 2022 af omdat eiser geen reële en daadwerkelijke arbeid tijdens zijn stage heeft verricht.