ECLI:NL:RBDHA:2023:14698
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing studiefinanciering wegens ontbreken reële en daadwerkelijke arbeid tijdens stage
Eiseres, een Roemeense studente aan de Hogeschool Utrecht, verzocht studiefinanciering voor de periode november 2021 tot en met januari 2022. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de nationaliteitseis en niet aannemelijk had gemaakt dat zij tijdens haar stage reële en daadwerkelijke arbeid had verricht.
De rechtbank oordeelde dat de stageovereenkomst duidelijk maakte dat het ging om een leertraject zonder arbeidscontract, met een stagevergoeding onder het minimumloon en zonder secundaire arbeidsvoorwaarden. Eiseres bracht onvoldoende feiten aan om te stellen dat de stage feitelijk als arbeidsovereenkomst diende te worden beschouwd.
De rechtbank verwierp ook het beroep op de beleidsregel migrerend werknemerschap, omdat deze alleen op arbeidsovereenkomsten van toepassing is. De besluitvorming van verweerder was zorgvuldig en in lijn met jurisprudentie van het Hof van Justitie.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard, maar eiseres kreeg proceskostenvergoeding wegens het indienen van het beroep. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van studiefinanciering stand hield.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat eiseres geen recht heeft op studiefinanciering over november 2021 tot en met januari 2022.