ECLI:NL:RBDHA:2023:14699
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige afvalligheid en toegedichte homoseksualiteit
Eiser, een Somalische nationaliteit dragende man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke op 22 juni 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen deze afwijzing en tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig achtte, met name de stellingen omtrent afvalligheid van de islam en toegedichte homoseksualiteit. Eiser slaagde er niet in zijn proces van afvalligheid en de gevolgen daarvan inzichtelijk te maken, noch overtuigend aan te tonen dat hij daadwerkelijk als homoseksueel werd gezien of dat hij risico liep vanwege deze geaardheid.
Daarnaast werd het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat verweerder inmiddels op 22 juni 2023 had beslist en een dwangsom van €3.500,- had toegekend. De rechtbank veroordeelde verweerder wel tot vergoeding van proceskosten van €418,50 aan eiser.
De rechtbank concludeert dat eiser geen vluchtelingenstatus toekomt en dat de aanvraag terecht is afgewezen als ongegrond. Het beroep wordt daarom afgewezen, behalve het deel over het niet tijdig beslissen, dat niet-ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.