ECLI:NL:RBDHA:2023:14713
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing paspoortaanvragen wegens verlies Nederlanderschap na toetsing evenredigheid
Eisers, afkomstig uit Iran, hebben beroep ingesteld tegen het niet in behandeling nemen van hun aanvragen voor een Nederlands paspoort. Verweerder had deze aanvragen afgewezen omdat eisers het Nederlanderschap hadden verloren vanwege langdurig verblijf in het buitenland, conform artikel 15 en Pro 16 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
Eisers voerden aan dat het verlies van het Nederlanderschap onevenredige gevolgen heeft, met name vanwege het belang van het Unieburgerschap voor het bezoeken van in Europa studerende kinderen en studiemogelijkheden van hun zoon. De rechtbank stelde vast dat eisers tevens de Iraanse nationaliteit bezitten en dat zij aan de voorwaarden voor verlies van het Nederlanderschap voldeden.
De rechtbank toetste de evenredigheid van het verlies op het moment van het Nederlanderschapverlies, zoals voorgeschreven door het Europees Hof van Justitie. De rechtbank concludeerde dat eisers onvoldoende concreet hadden onderbouwd dat zij op dat moment hun rechten uit het Unieburgerschap daadwerkelijk uitoefenden of dat het verlies daarvan niet redelijkerwijs voorzienbaar was.
Daarom oordeelde de rechtbank dat het verlies van het Nederlanderschap en de afwijzing van de paspoortaanvragen niet onevenredig zijn en verklaarde het beroep ongegrond. Verweerder hoeft de proceskosten niet te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de paspoortaanvragen wordt ongegrond verklaard omdat het verlies van het Nederlanderschap niet onevenredig is.