ECLI:NL:RBDHA:2023:14737

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 september 2023
Publicatiedatum
2 oktober 2023
Zaaknummer
22_4939
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2019. Hij gaf in zijn aangifte een nihilinkomen op van Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek (SPMT) en een inkomen van de SVB met een inhouding die niet aannemelijk was. Tevens voerde hij een aftrek voor premies lijfrente op.

De Belastingdienst baseerde de aanslag op informatie van SPMT en SVB, waarbij een pensioenuitkering en AOW-uitkering werden vastgesteld zonder loonheffing. De aftrek voor premies lijfrente werd gecorrigeerd vanwege het ontbreken van bewijsstukken. Eiser stelde dat het om onbelaste letselschade-uitkeringen ging, maar maakte dit niet aannemelijk.

De rechtbank oordeelt dat de aanslag terecht is vastgesteld, dat het inkomen niet vrijgesteld is en dat de aftrek lijfrente terecht is gecorrigeerd. Er is geen aanleiding om de belastingrente te verminderen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019 wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 22/4939
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 september 2023 in de zaak tussen

[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 8 augustus 2022 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2019 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 september 2023.
Eiser is niet verschenen. Eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 7 augustus 2023 naar het adres [adres] , [postcode] [plaats] , uitgenodigd om op de zitting te verschijnen (de uitnodiging). In de uitnodiging is vermeld waar en hoe laat de zitting zal plaatsvinden. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de uitnodiging op 8 augustus 2023 is uitgereikt en dat voor de ontvangst daarvan is getekend. De rechtbank is gezien het voorgaande van oordeel dat zij de uitnodiging op de juiste wijze, tijdig en op het juiste adres heeft aangeboden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam] .

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2019 een nihilinkomen zonder inhouding van loonheffing vermeld van Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek (SPMT). Verder heeft hij een inkomen van de SVB aangegeven van € 7.000 en daarbij een inhouding van € 500.000 vermeld. Ook heeft hij een aftrek premies lijfrente ten behoeve van zijn (klein)kinderen ten bedrage van € 5.000 opgevoerd.
2. Bij het opleggen van de aanslag is verweerder op basis van informatie afkomstig van SPMT en SVB uitgegaan van een pensioenuitkering van € 8.404 en een AOW uitkering van € 11.934 waarop geen loonheffingen zijn ingehouden. Ook heeft verweerder de aftrek lijfrente gecorrigeerd omdat eiser daarvan geen bewijsstukken heeft overgelegd.
3. Eiser stelt dat hij recht heeft op vrijstelling van inkomstenbelasting omdat volgens hem sprake is van onbelaste letselschadeuitkeringen. De rechtbank stelt vast dat het in onderhavig jaar volgens SPMT en SVB gaat om een ouderdomspensioen en een AOW uitkering. De rechtbank ziet geen aanleiding niet van die informatie uit te gaan. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is en ook anderszins is dit niet gebleken. Op dergelijke inkomsten is hoe dan ook geen vrijstelling van inkomstenbelasting van toepassing. Aangezien geen inhouding van loonheffing heeft plaatsgevonden is evenmin ruimte voor verrekening daarvan.
4. Eiser, op wie de bewijslast rust, heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij terecht premies lijfrente in aftrek heeft gebracht. Verweerder heeft deze aftrek dan ook terecht gecorrigeerd.
5. Eiser heeft geen afzonderlijke beroepsgronden aangevoerd tegen de in rekening gebrachte belastingrente. Dat in strijd met enige regel van geschreven of ongeschreven recht rente in rekening is gebracht, is gesteld noch gebleken.
6. Gelet op wat hiervoor is overwogen is de aanslag niet te hoog vastgesteld en is het beroep ongegrond verklaard.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 september 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).