Uitspraak
Vaststelling van vermissing
Beschikking op het op 22 oktober 2020 ingekomen verzoekschrift van:
[naam01] ,
[betrokkene01] ,
[naam02] ,
[minderjarige01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 2014,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Op verzoek van de moeder van de betrokkene heeft de rechtbank Den Haag bij beschikking van 28 september 2023 de vermissing van de betrokkene vastgesteld. De betrokkene, geboren in 1990, werd opgeroepen om bij zitting van de rechtbank te verschijnen om van zijn in leven zijn te doen blijken. Deze oproepen zijn gepubliceerd in de Staatscourant en een landelijk dagblad.
De betrokkene is niet verschenen op de zittingen, noch heeft iemand anders namens hem van zijn in leven zijn doen blijken. De rechtbank heeft op grond van artikel 1:414 lid 3 BW Pro vastgesteld dat de dag van vermissing ligt op de dag volgend op het laatste bericht waaruit blijkt dat de betrokkene in leven was, te weten een datum in 2015.
De rechtbank heeft de kosten die verzoekster heeft gemaakt ten laste gebracht van het vermogen van de vermiste en heeft het overige verzochte afgewezen. De beschikking is gegeven door een meervoudige kamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
Uitkomst: De rechtbank stelt de vermissing van de betrokkene sinds 2015 vast en brengt de kosten ten laste van zijn vermogen.