Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:14746

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 september 2023
Publicatiedatum
2 oktober 2023
Zaaknummer
C/09/601296 / FA RK 20-7445
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:414 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling van vermissing van betrokkene op verzoek van moeder

De rechtbank Den Haag heeft op verzoek van de moeder van de betrokkene de vermissing van haar zoon vastgesteld. Het verzoekschrift werd ingediend in oktober 2020 en na het voldoen aan de wettelijke formaliteiten, waaronder het plaatsen van oproepen in de Staatscourant en een landelijk dagblad, is vastgesteld dat de betrokkene niet is verschenen om van zijn in leven zijn te doen blijken.

De rechtbank heeft de betrokkene bij twee zittingen opgeroepen, maar niemand is verschenen om zijn aanwezigheid te bevestigen. De moeder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de dag van vermissing is gelegen op de dag volgend op het laatste bericht waaruit blijkt dat de betrokkene in leven was, te weten in 2016.

De rechtbank heeft daarom de vermissing van de betrokkene vastgesteld met ingang van die datum. Tevens zijn de gemaakte kosten ten laste van het vermogen van de vermiste gebracht. Andere verzoeken zijn afgewezen. De beschikking is uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 28 september 2023.

Uitkomst: De rechtbank stelt de vermissing van de betrokkene sinds 2016 vast en brengt de kosten ten laste van zijn vermogen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 20-7445
Zaaknummer: C/09/601296
Datum beschikking: 28 september 2023

Vaststelling van vermissing

Beschikking op het op 22 oktober 2020 ingekomen verzoekschrift van:

[naam01] ,

verzoekster (moeder van na te noemen betrokkene),
wonende te [woonplaats01] , gemeente [gemeente01] ,
advocaat mr. M.S. Kat te Amsterdam.
betreffende de vermissing van:

[betrokkene01] ,

de betrokkene,
laatstelijk verblijvende te [verblijfplaats01] , gemeente [gemeente02] .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[naam02] ,

handelend voor zichzelf en als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarigen:
- [minderjarige01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 2011,
- [minderjarige02] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum02] 2014, en
- [minderjarige03] , geboren op te [geboorteplaats01] op [geboortedatum03] 2015,
wonende te [woonplaats02] .

Procedure

Bij beschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 12 juli 2023 is aan verzoekster bevolen de betrokkene [betrokkene01] , geboren op [geboortedatum04] 1984 te [geboorteplaats01] , bij advertentie met inachtneming van een termijn van een maand op te roepen om te verschijnen op de zitting van deze rechtbank en kamer van [datum01] 2023 om [tijdstip01] uur, teneinde van zijn in leven zijn te doen blijken, met bepaling voornoemde oproep aan te kondigen in het landelijk verschijnend dagblad [landelijk dagblad01] .
Bij F9-formulier van 25 juli 2023 heeft verzoekster de [landelijk dagblad01] van [datum02] 2023 overgelegd, waarin de betreffende advertentie is gepubliceerd.
Op [datum01] 2023 is de zaak op de zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank behandeld. Hierbij is niemand verschenen.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al dat wat bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Verzoekster heeft voornoemde betrokkene bij advertentie in de Staatscourant opgeroepen om te verschijnen op de zitting van deze rechtbank van [datum03] 2023, teneinde van zijn in leven zijn te doen blijken. Daarna heeft verzoekster bij advertentie in de [landelijk dagblad01] opgeroepen om te verschijnen op de zitting van deze rechtbank van [datum01] 2023 om van zijn in leven zijn te doen blijken.
De betrokkene is op geen van beide zittingen verschenen, noch is iemand voor hem opgekomen, die behoorlijk van het in leven zijn van de betrokkene heeft doen blijken.
Het verzoek is nu, mede gelet op dat wat is overwogen in de beschikking van 14 februari 2023, voor toewijzing vatbaar.
Als dag vanaf welke de betrokkene wordt vermist, zal de rechtbank op grond van artikel 1:414, lid 3, van het Burgerlijk Wetboek [datum04] 2016 vaststellen. Verzoekster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat dit de dag is volgende op die van het laatste bericht waaruit blijkt dat de betrokkene in leven was.

Beslissing

De rechtbank:
stelt de vermissing sinds [datum04] 2016 vast van:
[betrokkene01] , geboren op [geboortedatum04] 1984 te [geboorteplaats01] ;
bepaalt dat de kosten die verzoekster heeft gemaakt ten laste van het vermogen van de vermiste worden gebracht;
wijst af het overige verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M. Vink, L. Koper en C.S.F. de Nijs, rechters, bijgestaan door mr. I.M. Talstra - Touwen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 september 2023.