ECLI:NL:RBDHA:2023:1477
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vrijheidsbeperkende maatregel en plaatsing in HTL Hoogeveen
Eiser, van Syrische nationaliteit, werd op 1 januari 2023 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, gekoppeld aan zijn plaatsing in de Hoog Risico Locatie (HTL) te Hoogeveen door het COa. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel, maar niet tegen het onderliggende plaatsingsbesluit van het COa. Tijdens de zitting op 20 januari 2023 was eiser afwezig en werd het onderzoek gesloten, waarna het heropend werd om eiser alsnog de mogelijkheid te bieden beroep in te stellen tegen het plaatsingsbesluit. Dit beroep werd niet ingesteld.
Eiser voerde aan dat het plaatsingsbesluit onzorgvuldig en onrechtmatig was, dat hij het besluit niet had ontvangen, en dat hij geen overlastgevend gedrag vertoonde dat plaatsing in de HTL rechtvaardigde. De rechtbank stelde vast dat verweerder had geprobeerd het plaatsingsbesluit aan eiser te overhandigen, maar dat eiser dit had geweigerd. De rechtbank achtte het aannemelijk dat eiser of zijn gemachtigde kennis had kunnen nemen van het besluit.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet ontvankelijk was voor zover het de rechtmatigheid van het plaatsingsbesluit betrof, omdat daartegen geen beroep was ingesteld. Ook werd geoordeeld dat eiser onvoldoende feiten had aangevoerd die het openbare ordecriterium in de zin van het Unierecht zouden ondermijnen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel en het plaatsingsbesluit is ongegrond verklaard.