ECLI:NL:RBDHA:2023:1484
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking voorlopige voorziening en afwijzing proceskostenvergoeding in vreemdelingenzaak
Verzoeker had een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor wijziging van het verblijfsdoel als familie- of gezinslid af te wijzen. Nadat verzoeker een nieuwe verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ontving, trok hij het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De staatssecretaris stelde dat er geen sprake was van herroeping van het bestreden besluit en dat de nieuwe vergunning het resultaat was van een aparte aanvraag, niet van tegemoetkoming in het oorspronkelijke verzoek. De voorzieningenrechter oordeelde dat aan de voorwaarden voor proceskostenvergoeding niet was voldaan omdat geen gedeeltelijke of volledige tegemoetkoming had plaatsgevonden.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter T.A. Oudenaarden en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen na intrekking van de voorlopige voorziening.