ECLI:NL:RBDHA:2023:14847

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 oktober 2023
Publicatiedatum
4 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.9114
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen mvv-aanvraag nareis

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag van 31 maart 2022 om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Na ingebrekestelling op 8 maart 2023 heeft de staatssecretaris de aanvraag op 28 maart 2023 ingewilligd, waarbij tevens een dwangsom is verbeurd.

De rechtbank stelt vast dat door de inwilliging van de aanvraag het beroep tegen het niet tijdig beslissen zijn belang heeft verloren en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Wel wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de door eisers gemaakte proceskosten, vastgesteld op €418,50, omdat het beroep terecht was ingesteld vanwege het niet tijdig beslissen.

De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank motiveert de hoogte van de proceskostenvergoeding aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de toepasselijke wegingsfactor voor lichte zaken.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.9114

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

geboren op [geboortedatum]
[naam],
geboren op [geboortedatum]
[naam],
geboren op [geboortedatum]
[naam],
geboren op [geboortedatum]
van Syrische nationaliteit,
V-nummers: [nummers]
eisers,
(gemachtigde: mr. L.J. Meijering),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Procesverloop

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van 31 maart 2022 om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis.
Bij brief van 8 maart 2023 hebben eisers de staatssecretaris in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op hun aanvraag. Eisers hebben vervolgens op 25 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De staatssecretaris heeft op 28 maart 2023 de aanvraag ingewilligd en een dwangsom verbeurd.
Desgevraagd hebben eisers meegedeeld het beroep te handhaven voor wat betreft de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op eisers aanvraag om verlening van een mvv, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eisers gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer hebben.
2. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Omdat eisers vanwege het niet tijdig beslissen op hun aanvraag terecht beroep hebben ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om de staatssecretaris te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 837,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van
A.J. Kinds griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.