Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.674,00.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak en oordeelde dat een voorlopige voorziening niet langer nodig was omdat de bodemzaak reeds was beslist.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, maar veroordeelde de Staatssecretaris wel tot betaling van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 1.674,00 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier S.J. Valk, en is uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 1.674,00.