Eiser, een minderjarige Guinese asielzoeker, diende in november 2020 een asielaanvraag in. Verweerder wees deze in november 2022 af, stellende dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser en oordeelde dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en gemotiveerd.
Eiser had uitgebreid verklaard over mishandeling, beschuldigingen van menseneterschap en contact met een medicijnman, maar verweerder achtte deze verklaringen ongeloofwaardig vanwege vermeende summiere toelichting en gebrek aan emotioneel inzicht. De rechtbank stelde echter vast dat verweerder onvoldoende rekening hield met het advies van Medifirst over de geheugenproblemen van eiser en dat het op verweerder had gelegen om meer inspanning te leveren om een leeftijdsschatting te maken.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder ten onrechte aan eiser had tegengeworpen dat hij geen navraag had gedaan bij zijn moeder over zijn biologische ouders, terwijl de omstandigheden van mishandeling dit onwaarschijnlijk maakten. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf verweerder zes weken om een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.