Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker 2], verzoekers
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak hebben verzoekers beroep ingesteld tegen besluiten van 21 juli 2023 waarin hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling zijn genomen. De reden hiervoor was dat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van hun asielaanvragen op grond van de Dublinverordening.
Verzoekers hebben tevens een voorlopige voorziening gevraagd, maar zijn niet verschenen bij de zitting van 8 augustus 2023. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken samen met andere zaken behandeld en geoordeeld dat nu de hoofdberoepen zijn behandeld, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening tegen niet-behandeling asielaanvragen op grond van Dublinverordening zijn afgewezen.