ECLI:NL:RBDHA:2023:14881
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvragen op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft de beroepen op 8 augustus 2023 behandeld en beoordeelt dat Nederland terecht heeft verzocht om terugname van de asielaanvragen door Duitsland, die deze verzoeken heeft aanvaard. Eisers stelden dat de Duitse asielprocedure tekortkomingen kent, zoals het ontbreken van een toegewezen advocaat, en dat zij vrezen terugkeer vanwege geweld door familieleden. De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
Ook de vrees voor terugkeer wegens familiegeweld wordt niet gegrond verklaard omdat er geen bewijs is dat de Duitse autoriteiten niet kunnen of willen beschermen. Ten aanzien van gezondheidsproblemen stelt de rechtbank dat medische voorzieningen in Duitsland vergelijkbaar zijn en dat dit geen reden is om de overdracht te weigeren.
De beroepen worden ongegrond verklaard en de staatssecretaris heeft de aanvragen terecht buiten behandeling gelaten. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen van eisers tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen worden ongegrond verklaard.