ECLI:NL:RBDHA:2023:14884
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingediend
Eiseres diende op 26 april 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 zes maanden de tijd om te beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een groot aantal aanvragen. De beslistermijn werd verlengd vanwege de WBV 2022/22, die op 27 september 2022 in werking trad.
Eiseres stelde de staatssecretaris op 20 maart 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 7 april 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn tot 26 juli 2023 liep. Hierdoor voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en openbaar gemaakt op 4 oktober 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.