ECLI:NL:RBDHA:2023:14919
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen inreisverbod en terugkeerbesluit vreemdeling
Eiser, een Georgische vreemdeling, kreeg op 7 augustus 2023 een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser stelde dat hij ten onrechte als gevaar voor de openbare orde werd beschouwd en dat het inreisverbod geen deugdelijke motivering bevatte. Tevens voerde hij aan dat hij het terugkeerbesluit van 24 oktober 2022 wel wilde naleven, maar niet wist dat hij de EU moest verlaten.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit aan eiser was uitgereikt en duidelijk vermeldde dat hij het grondgebied van de EU, EER en Zwitserland moest verlaten. Eiser had geen gevolg gegeven aan deze verplichting. De rechtbank stelde vast dat de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit niet ter beoordeling stond in deze procedure.
Eiser voerde ook medische klachten aan en het gebruik van diazepam als reden om het inreisverbod niet op te leggen. De rechtbank concludeerde dat deze omstandigheden door verweerder zijn meegewogen en dat eiser dit niet vooraf had gemeld. De rechtbank vond de motivering van het inreisverbod voldoende en zag geen reden om hiervan af te wijken.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod en het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard.