ECLI:NL:RBDHA:2023:14919

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 augustus 2023
Publicatiedatum
5 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.22643
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66a Vreemdelingenwet 2000Art. 6.5a Vreemdelingenbesluit 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen inreisverbod en terugkeerbesluit vreemdeling

Eiser, een Georgische vreemdeling, kreeg op 7 augustus 2023 een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser stelde dat hij ten onrechte als gevaar voor de openbare orde werd beschouwd en dat het inreisverbod geen deugdelijke motivering bevatte. Tevens voerde hij aan dat hij het terugkeerbesluit van 24 oktober 2022 wel wilde naleven, maar niet wist dat hij de EU moest verlaten.

De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit aan eiser was uitgereikt en duidelijk vermeldde dat hij het grondgebied van de EU, EER en Zwitserland moest verlaten. Eiser had geen gevolg gegeven aan deze verplichting. De rechtbank stelde vast dat de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit niet ter beoordeling stond in deze procedure.

Eiser voerde ook medische klachten aan en het gebruik van diazepam als reden om het inreisverbod niet op te leggen. De rechtbank concludeerde dat deze omstandigheden door verweerder zijn meegewogen en dat eiser dit niet vooraf had gemeld. De rechtbank vond de motivering van het inreisverbod voldoende en zag geen reden om hiervan af te wijken.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod en het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.22643
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]

(gemachtigde: mr. P.R.L.V.M. Kruik), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Janssen).

Procesverloop

Bij besluit van 7 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 14 augustus 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Jgamadze. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser heeft de Georgische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1992.
2. Eiser voert aan dat hij ten onrechte is beschouwd als een gevaar voor de openbare orde.
3. De rechtbank overweegt als volgt. Verweerder heeft artikel 66a, zevende lid en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) niet aan eiser tegengeworpen. Deze beroepsgrond behoeft daarom geen bespreking.
4. Eiser voert aan dat het inreisverbod geen gronden bevat, althans geen opgave van de redenen waarom aan eiser een inreisverbod is opgelegd.
5. De rechtbank stelt vast dat het inreisverbod is opgelegd op grond van artikel 66a, eerste lid en onder b, van de Vw. Verweerder heeft terecht aangevoerd dat eiser geen gevolg heeft gegeven aan het terugkeerbesluit van 24 oktober 2022. De beroepsgrond slaagt niet.
6. Eiser stelt dat hij wel gevolg heeft willen geven aan het terugkeerbesluit van 24 oktober 2022. Hij wist niet dat hij de EU moest verlaten en is daarom naar Frankrijk gegaan. Volgens eiser was er daarom geen grondslag om hem nu een inreisverbod op te leggen.
7. De rechtbank kan eiser hierin niet volgen. Het terugkeerbesluit van
24 oktober 2022 is aan eiser uitgereikt. Het vermeldt duidelijk dat hij het grondgebied van de EU, EER en Zwitserland dient te verlaten. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat eiser op de hoogte was van deze verplichting. Verweerder heeft terecht aangevoerd dat eiser geen gevolg heeft gegeven aan deze verplichting.
8. Eiser stelt dat het terugkeerbesluit van 24 oktober 2022 niet rechtmatig is opgelegd, omdat er onduidelijkheid zou bestaan over de precieze datum van dit besluit. Verder stelt eiser dat verweerder er ten onrechte vanuit gaat dat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht op vreemdelingen zal onttrekken. Er is dus geen grondslag voor het terugkeerbesluit.
9. De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit van 24 oktober 2022 inmiddels vast staat en dat de rechtmatigheid van dat besluit thans niet ter beoordeling voor ligt. De beroepsgronden tegen het terugkeerbesluit treffen dan ook geen doel.
10. Eiser voert aan dat hij medische klachten heeft en diazepam gebruikt. Hij wil zich in Frankrijk onder medische behandeling laten stellen en heeft contact met zijn vader, die in Griekenland woont. Verweerder heeft dit niet meegewogen. Het inreisverbod is volgens eiser daarom onzorgvuldig tot stand gekomen.
11. De beroepsgrond faalt. Eiser heeft in het gehoor voorafgaande aan het opleggen van het inreisverbod niet aangegeven dat hij diazepam gebruikt. De overige omstandigheden die eiser heeft aangevoerd heeft verweerder kenbaar betrokken in de beoordeling. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende gemotiveerd waarom in de aangevoerde omstandigheden geen aanleiding is gezien om af te wijken van het uitgangspunt dat het inreisverbod geldt voor de duur van twee jaar1.
12. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
1 Zie artikel 6.5a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
18 augustus 2023

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.