Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Inleiding
Overwegingen
Rechtmatig verblijf in een EU-lidstaat
Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, derde en vierde lid, van het Vb [7] , als zware gronden vermeld dat eiser:
3a: Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging
4a: zich niet aan één of meer andere voor hem/haar geldende verplichtingen van
De inspanningsverplichting
10. Volgens paragraaf A5/6.12 van de Vc [9] is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in vreemdelingenbewaring gesteld moeten worden. Verweerder moet daarom al tijdens het strafrechtelijk voortraject activiteiten verrichten gericht op het gedwongen vertrek van de vreemdeling uit Nederland. Dit wordt de inspanningsverplichting genoemd. Uit het dossier volgt dat op 11 juni 2023 aan eiser een M122-formulier is uitgereikt, waarin staat dat hij na zijn strafrechtelijke detentie zal worden overgedragen aan de vreemdelingenpolitie. Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder de rechtbank nader geïnformeerd over de vraag of, en zo ja op welke wijze, invulling is gegeven aan de inspanningsverplichting. Verweerder heeft bij brief van 21 september 2023 een tweetal stukken aan het digitale dossier toegevoegd, waaronder het aanvullend proces-verbaal van J.R. van Iterson, brigadier van de politie-eenheid Den Haag, van 20 september 2023. Hieruit blijkt dat tussen 13 juni 2023 en 2 september 2023 op verschillende manieren onderzoek is gedaan naar eisers identiteit, nationaliteit en verblijfsrecht bij onder andere de Georgische en de Roemeense autoriteiten. Er is reeds daarom geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder niet aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan. Verweerder kan zich immers pas werkelijk op het toekomstige vertrek van een vreemdeling richten, wanneer diens identiteit en nationaliteit voldoende vast staan. Nu eiser eerst een onjuiste identiteit en nationaliteit heeft opgegeven en zich daarbij bovendien heeft bediend van een vals document, is hij zelf medeverantwoordelijk voor het feit dat zijn personalia pas op 31 augustus 2023 door de Georgische autoriteiten konden worden bevestigd. Omdat er aldus nog slechts een week resteerde voordat eiser uit strafrechtelijke detentie zou worden vrijgelaten, is er eens te meer geen aanleiding voor de conclusie dat verweerder zijn inspanningsverplichting heeft geschonden. De beroepsgrond slaagt niet.
Ambtshalve toets