ECLI:NL:RBDHA:2023:14937
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser diende op 13 november 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris moest op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote instroom van aanvragen.
De staatssecretaris verlengde de beslistermijn rechtsgeldig met negen maanden op grond van het WBV 2022/22, dat gold voor aanvragen waarvan de beslistermijn nog niet was verstreken op 27 september 2022. Hierdoor liep de beslistermijn voor eiser door tot 13 februari 2024.
Eiser stelde de staatssecretaris op 29 juni 2023 in gebreke en diende op 25 juli 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom was het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep.