Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] eiseres,
[naam 2]
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 18 september 2023, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet zijn verschenen.
Eiseres betoogde dat zij in Oostenrijk niet adequaat is opgevangen en dat er sprake is van schendingen van haar rechten, mede onderbouwd met verwijzing naar het AIDA-rapport 2022. Zij stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel onvoldoende is om te concluderen dat zij in Oostenrijk geen schendingen van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest zal ondervinden.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Oostenrijk slachtoffer zal worden van pushbacks of onrechtmatige behandeling. Het AIDA-rapport bevat volgens eerdere jurisprudentie geen serieuze aanwijzingen voor dergelijke schendingen. De rechtbank wijst erop dat eiseres klachten kan indienen bij Oostenrijkse instanties indien zij problemen ondervindt.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.