ECLI:NL:RBDHA:2023:14987
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar beëindiging aanvullende beurs
Eiseres maakte bezwaar tegen een bericht van 1 maart 2022 waarin werd medegedeeld dat zij vanaf 1 april 2022 geen recht meer heeft op de basis- en aanvullende beurs vanwege het bereiken van het maximale aantal prestatiemaanden. Verweerder stelde dat dit bericht geen nieuw besluit bevatte, aangezien het eerdere bericht van 20 december 2021 het einde van de beursrechten al vaststelde.
De rechtbank oordeelde dat het bericht van 1 maart 2022 slechts een herhaling was van het eerdere besluit en geen nieuwe rechtsgevolgen met zich bracht. Hierdoor kon het bericht niet als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro worden aangemerkt en was bezwaar tegen dit bericht niet ontvankelijk.
Daarom werd het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding tot inhoudelijke beoordeling en wees het verzoek om proceskostenvergoeding en terugbetaling van griffierecht af.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.D. Gunster op 27 oktober 2023, met mr. H.J. Habetian als griffier. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bericht van 1 maart 2022 geen nieuw appellabel besluit bevatte.