ECLI:NL:RBDHA:2023:14994
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit besluit op de Dublin-verordening, waarbij Oostenrijk als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. Uit meldingen van de vreemdelingenpolitie en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bleek dat eiser op 31 augustus 2023 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser gaf aan dat hij recent contact had met eiser en dat eiser op de hoogte was van de procedure, maar kon niet aangeven waar eiser zich bevindt.
De rechtbank overweegt dat als een vreemdeling vertrekt zonder zijn verblijfplaats bekend te maken, dit in principe betekent dat hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Aangezien de gemachtigde geen concrete gegevens kon verstrekken over het verblijf of contact, concludeert de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.