ECLI:NL:RBDHA:2023:1501
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning buitenlandse onderwijsbevoegdheid voor internationaal basisonderwijs
Eiseres verzocht om erkenning van haar beroepskwalificatie om les te geven in het internationaal georiënteerd basisonderwijs op basis van haar opleidingen in het Verenigd Koninkrijk. De minister wees dit verzoek af omdat de gevolgde opleidingen niet gelijkwaardig zijn aan de Nederlandse vierjarige hbo-opleiding leraar basisonderwijs.
De rechtbank oordeelt dat de buitenlandse opleidingen van eiseres, waaronder een Master of Arts in Literacy Learning en een Post Graduate Certificate in Education met Qualified Teacher Status, niet gericht zijn op het primaire onderwijs en niet vergelijkbaar zijn met de Nederlandse opleiding die zich richt op het onderwijs aan 4- tot 12-jarigen in algemene basisschoolvakken. De minister heeft het beleid en de wet op het primair onderwijs correct toegepast.
Eiseres stelde dat haar persoonlijke omstandigheden en de positieve werkervaring in Nederland in aanmerking genomen moesten worden en dat zij onterecht niet is gehoord in de bezwaarprocedure. De rechtbank stelt dat het horen achterwege mocht blijven omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en de minister over alle essentiële informatie beschikte.
De rechtbank concludeert dat de minister het besluit tot afwijzing van de erkenning van de onderwijsbevoegdheid in redelijkheid heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van erkenning van de onderwijsbevoegdheid wordt ongegrond verklaard.