ECLI:NL:RBDHA:2023:1503
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsdocument EU/EER wegens onvoldoende bewijs duurzame relatie
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER op grond van artikel 9, lid 1 van de Vreemdelingenwet 2000, afgeleid van zijn relatie met een partner met Poolse en Duitse nationaliteit. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser en zijn partner onvoldoende hebben bewezen dat zij een duurzame en exclusieve relatie onderhouden. De rechtbank bevestigt dat eiser en zijn partner tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd over essentiële aspecten van hun relatie, zoals de eerste ontmoeting, het huwelijksaanzoek en het dagelijks leven, waardoor de relatie niet als duurzaam kan worden aangemerkt.
Eiser stelde dat er meer overeenkomsten dan tegenstrijdigheden waren in hun verklaringen en dat verweerder ten onrechte van horen in bezwaar had afgezien. De rechtbank oordeelt dat de tegenstrijdigheden op essentiële punten doorslaggevend zijn en dat de verduidelijkingen tijdens de hoorzitting de twijfel over de geloofwaardigheid niet wegnemen. Ook is de hoorplicht niet geschonden omdat eiser en zijn partner reeds uitgebreid zijn gehoord in de aanvraagfase.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M. van Nooijen en griffier M.J.J. Roks op 8 februari 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.