Eiser is aangehouden op grond van een uitleveringsverzoek van Zwitserse autoriteiten wegens een verdenking van overtreding van de Zwitserse Opiumwet. Hij verzocht de civiele rechter om de uitleveringsdetentie te schorsen vanwege het spoedeisend belang, onder meer omdat zijn bedrijf en gezin afhankelijk zijn van zijn aanwezigheid.
De rechtbank oordeelt dat de civiele rechter niet bevoegd is omdat er een bijzondere rechtsgang bij de strafrechter openstaat die voldoende waarborgen biedt en waarin snel een beslissing wordt genomen. Eiser had al een verzoek tot schorsing ingediend bij de uitleveringskamer, dat was afgewezen, en een nieuw verzoek is gepland voor behandeling op 6 oktober 2023.
De voorzieningenrechter acht deze termijn niet onredelijk gezien de benodigde expertise en het beleid van de rechtbank Gelderland. Daarom verklaart de rechtbank eiser niet-ontvankelijk en veroordeelt hem in de proceskosten.