ECLI:NL:RBDHA:2023:15046
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 22 juni 2023, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd hem een inreisverbod van twee jaar opgelegd en moest hij Nederland onmiddellijk verlaten.
Tijdens de zitting op 18 juli 2023 was eiser afwezig en zijn gemachtigde verzocht om schorsing van de behandeling. Later bleek uit stukken dat eiser op 8 augustus 2023 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde gaf aan geen contact meer met eiser te hebben en niet op de hoogte te zijn van zijn verblijfplaats.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het vertrek van een vreemdeling met onbekende bestemming zonder contact te onderhouden impliceert dat hij geen prijs meer stelt op de bescherming waarvoor hij beroep heeft ingesteld. Omdat eiser geen contact onderhoudt en niet is verschenen, concludeert de rechtbank dat hij geen procesbelang meer heeft.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter A. Nieuwenhuis en griffier R. de Boer en is openbaar gemaakt op 6 oktober 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.