ECLI:NL:RBDHA:2023:1505
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsvergunning niet-tijdelijk humanitair wegens niet voldaan inburgeringseis
Eiser, een Surinaamse nationaliteit met tien jaar rechtmatig verblijf in Nederland onder de beperking 'verblijf bij partner', verzocht om wijziging van zijn verblijfsvergunning naar 'niet-tijdelijk humanitair'. Dit verzoek werd afgewezen omdat eiser niet voldeed aan het inburgeringsexamen, met name het onderdeel 'Maatschappelijke oriëntatie' (MO-toets).
Eiser voerde aan dat hij feitelijk ingeburgerd is gezien zijn langdurig verblijf en beheersing van de Nederlandse taal, en dat bijzondere privéomstandigheden hem verhinderden het examen af te leggen. Ook stelde hij dat het besluit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en dat de hoorplicht in bezwaar is geschonden.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor vrijstelling of ontheffing van de inburgeringseis, en dat zijn persoonlijke omstandigheden niet voldoende waren onderbouwd. Daarnaast werd geoordeeld dat de belangenafweging van verweerder ten aanzien van artikel 8 EVRM Pro juist was en dat eiser onvoldoende gemotiveerd betwistte dat er geen sprake was van meer dan normale emotionele banden met familie in Nederland.
Ten slotte stelde de rechtbank vast dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar onvoldoende gemotiveerd was om een ander besluit te rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor wijziging van de verblijfsvergunning naar niet-tijdelijk humanitair wordt ongegrond verklaard.