De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Nieuwkoop en Liander over de aanleg van een transformatorstation op gemeentelijke grond. Liander wenst het station te plaatsen en in stand te houden, maar de gemeente weigert verkoop van de grond of het vestigen van een opstalrecht. De minister heeft daarop een gedoogplicht opgelegd aan de gemeente.
De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een belemmering in de zin van de Belemmeringenwet Privaatrecht, omdat Liander geen eigenaar is van de grond en geen opstalrecht heeft. De vergunning op grond van de gemeentelijke verordening biedt onvoldoende zekerheid voor de leveringszekerheid op lange termijn. De gemeente betoogt dat de gedoogplicht niet kan worden opgelegd zolang zij niet op privaatrechtelijke gronden de verwijdering van het transformatorstation verlangt, maar dit verweer wordt verworpen.
Verder oordeelt de rechtbank dat Liander wel degelijk een serieuze en redelijke poging heeft gedaan om tot overeenstemming te komen met de gemeente, ondanks dat de voorstellen door de gemeente werden afgewezen. De minister heeft zijn vergewisplicht voldoende vervuld door het dossier te onderzoeken, advies in te winnen en een hoorzitting te houden. De gedoogplicht is daarom terecht opgelegd.
Het beroep van de gemeente wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 9 oktober 2023.