ECLI:NL:RBDHA:2023:15112
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak
Eiser heeft op 17 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat het beroep was ingesteld, nam verweerder alsnog op 9 december 2022 een beslissing. Eiser trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen tot betaling van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aansprakelijk is voor de proceskosten omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep werd genomen. Omdat eiser een professionele juridische hulpverlener inschakelde, is volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht een vast bedrag aan vergoeding verschuldigd.
Gezien de aard van de zaak, die alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast, waardoor een bedrag van €418,50 werd toegekend. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van dit bedrag aan eiser.
De uitspraak werd gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier O.G. Hulsman op 2 februari 2023. Partijen werden niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk werd geacht volgens artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskostenvergoeding wegens overschrijding van de beslistermijn.