ECLI:NL:RBDHA:2023:15115
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk risico op eerwraak in Egypte
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende man, heeft asiel aangevraagd uit vrees voor eerwraak door de familie van een voormalige partner. Hij stelt dat hij wordt beschuldigd van verkrachting en onder druk wordt gezet om zich te bekeren tot de islam of een groot geldbedrag te betalen, met dreiging van doodslag bij weigering.
De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, waarbij de identiteit en de problemen van eiser werden erkend, maar het risico op ernstige schade bij terugkeer niet aannemelijk werd geacht. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de familie nog actief naar hem zoekt en dat de culturele en religieuze context niet leidt tot een reëel risico.
Eiser heeft niet betwist dat zijn situatie niet valt onder de gronden van het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank benadrukt dat het lange verblijf in Nederland zonder eerdere asielaanvraag afbreuk doet aan de noodzaak van bescherming. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk risico op eerwraak.